Interieur

Eetkamerstoelen voor een kleine eethoek: de maten die je vooraf moet checken

De maten waar het bij elke eetkamerstoel om draait

Los van de ruimte in de kamer moet een stoel bij de tafel en bij je lichaam passen. Drie maten doen het werk.

Zithoogte. Bij een standaard eettafel van 74 tot 76 centimeter hoort een zithoogte van ongeveer 45 tot 48 centimeter. Het verschil tussen tafelblad en zitting — de zogeheten beenruimte — hoort tussen de 27 en 30 centimeter te liggen. Minder en je zit met opgetrokken knieën, meer en je eet met je kin bij je bord.

Zitdiepte. Voor een eetkamerstoel is 45 tot 50 centimeter gebruikelijk. Dieper zit prettig in een fauteuil, maar aan tafel zak je dan onderuit en verlies je steun in je onderrug.

Rugleuning. Een lichte holling ter hoogte van je onderrug maakt het verschil tussen een half uur en drie uur comfortabel zitten. Volledig rechte leuningen ogen strak maar dwingen je houding.

Over materiaal wordt vaak te licht gedacht. Stof is warm en stil maar vlekt; kunstleer veegt schoon maar plakt in de zomer; hout en rotan zijn onderhoudsvrij maar hard, wat je met een zitkussen oplost. Wie kinderen aan tafel heeft, kiest bij voorkeur een afneembare of vlekafstotende bekleding — dat is het verschil tussen een vlek en een nieuwe stoel.

En de klassieke vraag met of zonder armleuning: armleuningen geven comfort en steun bij het opstaan, maar maken de stoel vijf tot tien centimeter breder én hoger. Een veelgebruikte tussenoplossing is twee stoelen mét armleuning aan de koppen en smallere exemplaren aan de lange zijden.

Reken eerst, kies daarna

De vuistregel is zestig tot zeventig centimeter tafelrand per persoon. Een tafel van 160 centimeter biedt dus plaats aan twee mensen per lange zijde — geen drie, hoe verleidelijk de foto’s van meubelwinkels ook zijn. Belangrijker is wat er áchter de stoel gebeurt: om op te staan heb je ongeveer zeventig centimeter vrij nodig, en om er langs te lopen negentig. Staat je tafel met de rugleuning richting een kast, dan bepaalt die afstand hoe groot je stoelen mogen zijn, niet je smaak.

De verborgen maat: hoogte onder het blad

Wat in vrijwel geen enkel overzicht staat, is dat “past onder tafel” een concrete maat is die je zelf kunt nameten. Meet de vrije hoogte tussen de vloer en de onderkant van het tafelblad — bij de meeste eettafels tussen 68 en 72 centimeter. De armleuning van je stoel moet daar zeker twee centimeter onder blijven, anders schuif je hem nooit helemaal aan. Bij modellen met een doorlopende kuip is dat vaak het punt waar het misgaat: de schaal loopt door tot halverwege de rug, waardoor het hoogste punt van de zijkant hoger uitkomt dan bij een losse armleuning.

Kuip of niet: het is geen alles-of-niets

Een kuipvorm hoeft daarom niet af te vallen bij een kleine tafel. Er zijn lage uitvoeringen die ruim onder een standaard blad blijven, en er is de oplossing die woonwinkels vaak voorstellen: twee kuipstoelen aan de koppen, vier smalle stoelen aan de zijkanten. Je houdt de zitplaatsen, en de twee comfortabele stoelen staan waar niemand langs hoeft.

Wie zich verder wil inlezen over vormen, materialen en maatvoering van dit type stoel kan terecht op Kuipstoel.nl, met onder meer een overzicht van materialen en constructie — nuttig, want juist bij een kuipstoel bepaalt het materiaal of hij licht genoeg blijft om dagelijks te verschuiven.

Waar mensen achteraf spijt van hebben

Twee dingen komen telkens terug. Het eerste is een gladde kunststof of leren zit in een huis met kinderen: comfortabel schoon te maken, maar je zakt er langzaam vanaf tijdens het eten. Het tweede zijn viltglijders die na een half jaar loslaten en de vloer alsnog beschadigen — vervang ze bij aanschaf meteen door schroefbare exemplaren als je een houten vloer hebt. Dat is een uitgave van een paar euro tegenover een schuurbeurt van een hele vloer.